Foto ± 1983
bijgewerkt 28 juni 2008
Léon Orthel werd geboren
in Roosendaal op 4 oktober 1905. Hij overleed
in Den Haag op 6 september 1985. Deze website werd geopend
in het jaar 2005 op weg naar dinsdag 4 oktober 2005, zijn honderdste
geboortedag, een goede gelegenheid om, twintig jaar
na zijn overlijden, herinneringen aan hem op te roepen.
Wij houden de website in stand na de manifestaties ter gelegenheid van
de honderdste geboortedag om actualiteiten met betrekking tot Léon
Orthel te vermelden.
In deze website brengen wij de volgende gegevens over Léon
Orthel:
Publicaties
Discografie
Biografie
Rond 4 oktober 2005
Composities
Meer informatie
Orthel bij Donemus
click daar
op COMPONISTEN en dan op Leon Orthel in de lijst
Orthel bij Nederlands
Muziek Instituut
Nieuws
Dubbel CD Léon Orthel uitgebracht, zie
Discografie
.
Contactpersonen
Frans W. Orthel
Rolf Orthel
Weezenhof
29 - 26
J.M. Coenenstraat 6K
6536
HM Nijmegen
1071 WG Amsterdam
Tel
024 - 3441212
Tel 020 - 4229469
frans.orthel@wxs.nl
rolf.orthel@xs4all.nl
Publicaties
Algemeen
-
J. Kolsteeg: Léon Orthel, in: Het Honderd
Componisten Boek – Nederlandse muziek van Albicastro
tot Zweers, Haarlem 1997
-
R. Starreveld/L. Samama: Orthel, Léon, in:
The New Grove Dictionary of Music and Musicians, second
editioned by Stanley Sadie, New York/London 2001
- Jan Brouwers:
De weg naar deSuite, geschiedenis van de Roosendaalse
Muziekschool 1950-2001 38-41: Léon Orthel.
-
C. de Groot: “Wie vergeet een componist? Het publiek
of de uitvoerenden?”, in: Mens en Melodie, vol. 41 (1986),
blz. 298-307
-
A. Reinders: Herinneringen aan Léon Orthel
(1905-1985), in: De Liedvriend 2002 nr. 1, blz. 18
-
W. Roberts: De pianoliteratuur van Léon Orthel,
I, in: Piano Bulletin, vol. 9 (1991), afl. 2, blz. 36-41
-
W. Roberts: De pianoliteratuur van Léon Orthel,
II, in: Piano Bulletin, vol. 10 (1992), afl. 1, blz 39-43
-
W. Roberts: Discovering the Piano Literature of
Léon Orthel, in: Journal of the American Liszt
Society, vol. 34 (July-December 1993) p. 11-31
-
T. van der Valk: Pianosonatines van Nederlandse
componisten (6): beschouwing over de sonatines van Léon
Orthel(1905-1985), een Nederlands componist van uiterst
fijnzinnige pianomuziek, in: Pianowereld februari
2002
- C. Lelie: Het Orthel-archief van Christo
Lelie, in: Piano Bulletin, vol. 24 (2006), afl. 1, blz. 65-68
Met betrekking
tot de 100ste geboortedag
-
Léon Orthel honderd jaar geleden geboren,
Rudolf Jansen over deze grote liedcomponist. De Liedvriend
2005 nr.1,
blz.12-13.
- T. Hartsuiker: Léon Orthel:
componist, pianist en pedagoog
Herinneringen van Ton Hartsuiker,
in: Piano Bulletin
vol. 24 (2006), afl. 1, blz. 3-8.
(terug naar
#begin
)
Discografie
CD's
Nieuw uitgebrachte
dubbel CD (productie Rolf Orthel) LÉON ORTHEL Orkestwerken en
Kamermuziek
ET'CETERA KTC 1359
Inhoud
CD1 Werken voor Orkest
1.Evocazione
Symfonie 3
2.Adagio
3.Scherzo
4.Adagio
5.Allegro non troppo – Adagio
6.Symfonie 4
CD2 Kamermuziek
Études caprices (piano)
1.Perpetuum mobile
2.Andante mosso
3.Allegro vivo
4.Foute som
5.Allegro vivace
Liederen opus 33 (sopraan en piano) (Rilke)
6.Tod der Geliebten
7.Ist ein Schloss
Sonatine 5 (piano linkerhand)
8.Poco allegro
9.Molto tranquillo e rubato
10.Allegretto
Liederen opus 54 (bariton en piano) (Rilke)
11.Kreuzigung
12.Der Knabe
13. Capricio (viool en piano)
Liederen opus 26 (sopraan en piano) (Rilke)
14.Schlaflied
15.Die Laute
16.Eva
Sonatine 6 (piano)
17.Allegro moderato
18.Andante
19.Vivace
Hommages en forme d’étude (piano)
20.Debussy
21.Ravel
Uitvoerenden
Ank Reinders sopraan
Ruud van der Meer bas bariton
Joan Berkhemer viool
Cor de Groot piano
Jaques Hendriks piano
Rudolf Jansen piano
Léon Orthel piano
Nederlands Radio Philharmonisch Orkest
Amsterdams Philharmonisch Orkest
Dirigenten
Jean Fournet
Anton Kersjes
Willem van Otterloo
Het betreft bestaande registraties waarvan zo nodig de kwaliteit is verhoogd
Overige CD's
1. Early Recordings van Albert Brussee
(STEMRA AB 1 02) bevat
Epigrammen op.17 , opgenomen
mei 1981, uitgebracht in 1996 door AB Music Prod.
& Ed. Tarwekamp 35, 2529 XG Den Haag..
2. Paul
Huijts / Piano (WVH 021) bevat eveneens
Epigrammen
op.17 , opgenomen november 1988.
3. Kees
Wieringa, Nederlandse Sonatines voor Piano, Do Records
006,
Sonatines nrs. 3, 6 en 7
4. Op de
derde CD van het drie CD’s bevattende Monument Theo van
der Pas staat de
Sonatine no. 3 , op. 28. Het
betreft een opname uit 1947, uitgebracht door de Theo van
der Pas Stichting, de derde CD onder no. TPS 6903.
5. Composer's
Voice Highlights van Donemus CV26,
Symfonie no.
2
6. Composer's
Voice Jubilee series Donemus CV77,
Scherzo nr.2
7. Onbekend
maakt onbemind, serie muziekschool-uitvoeringen van
Muziekgroep Nederland (thans Donemus) 1, 8, 9
8. Utrechts
Studenten Concert dd 14 juni 2001,
Scherzo
nr. 2
9. Cum Laude,
Hogeschool voor de Kunsten, Utrecht,
Kleine Burleske
op. 8 nr. 2 , cello en piano
10. Polo de Haas, werken
voor piano,Emergo 3911-2,
Cinq Études Caprices,
op. 39 , opname 2001
Langspeelplaten
* Symfonie
nr. 2
* Scherzo
II
* Études
Caprices
* Evocazione
* Sonate
nr. 2 voor cello en piano en Otto Abozzi voor fluit, cello
en piano
informatie bij contactpersonen
(terug naar
#begin
)
LÉON ORTHEL, enkele biografische
gegevens.
Léon Orthel werd in 1905 in Roosendaal geboren
en woonde na zijn opleiding in Den Haag.
Op zestienjarige leeftijd (1921) werd hij leerling
van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag waar hij
viool studeerde bij Spoor, piano bij van Beijnum en compositie
bij Johan Wagenaar. Na een jaar (1928-1929) aan de Berlijnse
Hochschule für Musik gestudeerd te hebben onder
leiding van Paul Juon en Prof. Dr. Curt Sachs - waartoe
een stipendium van het Rijk hem de gelegenheid had geboden
- keerde hij terug bij zijn vroegere leermeester (1929-1930).
Vanaf die tijd ook begon hij zich hoe langer hoe meer
zelfstandig te ontwikkelen.
Léon Orthel
was pianist, componist en vooral pedagoog. In de
begintijd trad hij meermalen op als pianist, met orkest
en met kamermuziek. Later trad hij wel op als begeleider
van zijn eigen liederen. Hier besteden wij in de eerste plaats
aandacht aan zijn werk als componist.
In de jaren 1934 en 1938 heeft hij doelbewust gewerkt
aan de vernieuwing van zijn idioom.
In de pluritonale en atonale klankwereld voelde hij
zich niet thuis zodat deze periode vooral wordt gekenmerkt
door schetsen en ontwerpen.
Na de jaren van experiment vindt hij zijn eigen stijl,
die niet bij een ‘school’ valt onder te brengen
en waarvan de zeer veel gespeelde Tweede Symfonie uit
1940 en de liederen op gedichten van Rilke klinkende specimina
zijn.
De jaren 1970-1985, direct na zijn pensionering als
leraar, zijn uitermate vruchtbaar geweest met niet
minder dan veertig werken waarvan vele zowel in ons
land alsook in het buitenland zijn uitgevoerd.
Orthel was van 1942 tot en met einde 1970 hoofdleraar
voor piano aan het Koninklijk Conservatorium in
Den Haag. Van 1949 tot sept. 1970 was hij bovendien
hoofdleraar voor compositie aan bet Amsterdams Conservatorium.
En het aantal leerlingen dat van hem les had en van hem
onschatbare aanwijzingen heeft meegekregen is zeer groot.
Orthel was namelijk behalve een groot pedagoog ook
een mens met een ruime belangstelling voor filosofische
en cultuurhistorische problemen, en voor de poëzie
en romancultuur, die zonder twijfel aan zijn leerlingen
ten goede is gekomen.
Van 1947 tot einde 1969 was hij voorzitter van de
Vakgroep Componisten der Koninklijke Nederlandse Toonkunstenaars
Vereniging en van 1957 tot 1 januari 1972 was hij voorzitter
van het bestuur van de Dr. Johan Wagenaarstichting.
In 1973 werd hem de Joh. Wagenaarprijs toegekend.
(terug naar
#begin
)
Opsomming van de gebeurtenissen rond 4
oktober 2005 .
* 12,14,16 september 2005
Radio 4, 19.30 - 20.00, Componist van de week
* 1 oktober 2005 Radio 4, 17.00
- 18.00, Viertakt, 3e symfonie, delen 1 en 2 met tel.
interview met Mw A. vd Klugt
* 12 november 2005 Congres
EPTA Nederland, Hotel Dennenhoeve, Nunspeet, 11.00 - 12.15,
De componist en pianist Léon Orthel, lezing door Ton
Hartsuiker afgesloten door een klein concert door Ineke Canté,
Henk Bart (14) (docent: Marlies van Gent) en Jukka van der Koog
(13) (docent: Marjès Benoist)
* 14 november 2005, Uilenburger Synagoge,
Amsterdam, 20.15, concert met titel: Zigeunerlied/Medieval
songs (wegens uitvoeringen van werk van Leo Smit en Joost
Kleppe). Van Léon Orthel werden uitgevoerd Capriccio
voor viool en piano op.19, Drie liederen op.26 en Twee liederen
op.16, beide voor sopraan en piano.
* 24 november 2005, Biltse Muziekschool,
19.30 uur.
Orthelavond door leerlingen en docenten van de muziekschool
met toelichting door Ton Hartsuiker
* 2 december 2005, Bethaniënklooster,
Amsterdam, 20.15, Hommage à Léon Orthel
op.41 Tweede sonate
voor cello en piano
op.26 Drie liederen
van Rilke voor sopraan en piano (Schlaflied, Die Laute, Eva)
op.39 Cinq Études
Caprices voor piano
op.17 Epigrammen
voor piano
op.94 Vijf Slauerhoff
liederen voor bariton en piano
op.57 Otto Abozzi
voor fluit, cello en piano
met steun van de Stichting John Kasander
* 5 maart 2006, Enschede
Muziekcentrum Arke Zaal Serie V, 14.30, Valerius Ensemble met
de Braziliaanse
Sopraan Adriane Queiroz
Léon Orthel
Sonate
no.2 op. 41 voor cello en piano
Léon Orthel
Liederen op teksten van Rainer Maria Rilke
Nonnenklage op.25
Twee liederen op.30 (Dame
vor dem Spiegel, Frauenschicksal)
Franz Schubert
Der Hirt auf den Felsen
Alexander Zemlinsky
Trio in d op.3
Heitor Villa-Lobos
Four songs from the Forest of the Amazon
')
') bewerking
van Maarten Jense voor sopraan, klarinet, piano en cello
* 8 maart 2006, Concertzender 20.00 Uitzending
van Concert dd 2 december 2005
* 19 mei 2006, Muziekschool Bloemendaal, Overveen,
19.30, Orthel-avond
Uitvoering door
leerlingen en docenten van de Muziekschool Bloemendaal,
afgewisseld met filmfragmenten
en enkele korte toelichtingen over het leven van de componist
De volgende composities werden
gespeeld:
Op. 79 Kleine
suite voor viool en piano
Op. 8
Kleine burleske voor cello en piano
Op. 7
Prelude voor piano
Op. 52 Altvioolsonate,
eerste deel
Op. 46 Vijf
stukjes voor klarinet en piano
Op. 57 Otto
abbozzi voor fluit, cello en piano
Op.
40 Deux hommages en forme d'etude pour piano
* 21 en 23 augustus 2006,
Radio 4, 19.30 - 20.00, Componist van de week
Dit betrof een herhaling van de uitzendingen
van 12,14,16 september 2005
(terug naar
#begin
)
De Composities van Léon Orthel
Een ieder die materiaal.van een compositie
wil gebruiken kan zich het best wenden tot DONEMUS,
Funenpark 1, 1018 AK Amsterdam, tel. 020 3058900, E-mail
info@donemus.nl, waar de meeste werken zijn uitgegeven
en informatie gegeven kan worden over de andere werken.
De componist heeft de opusnummers 1 – 6, 8nrs1&3,
9, 21 en 29a teruggetrokken.
|
Opus |
Titel
|
Duur
min
|
7
|
Preludes voor piano 1925
|
6
|
8nr2
|
Kleine burleske voor violoncello
en piano 1926
|
3
|
10
|
Scherzo voor piano en orkest 1929
|
16
|
11
|
Concert voor violoncello en orkest
1929
|
16
|
12
|
Concertino alle burla voor piano
en orkest 1930
|
11
|
13
|
Symfonie no. 1 1931-33
|
26
|
14
|
Tien pianostukjes (voor kinderen)
1933
|
|
15
|
Sonate no. 2 voor viool en piano
1933
|
10
|
16
|
Twee liederen op tekst van Rainer
Maria Rilke 1934
|
4
|
17
|
Epigrammen voor piano 1938
|
7
|
18
|
Symfonie no. 2 (Piccola Sinfonia)
1940
|
16
|
19
|
Capriccio voor viool en piano 1939
|
3
|
20
|
Twaalf kinderstukjes voor piano
1933
|
|
22
|
Drie bagatellen voor piano, no. 4
en 2 (no. 1 = Op.29b) 1941-49
|
4
|
23
|
Sonatine no. 2 voor piano (miniatuur
sonatine) 1942
|
1
|
24
|
Symfonie no. 3 1943
|
33
|
25
|
Nonnen-Klage voor sopraan en piano
(tekst Rainer Maria Rilke) '43
|
6
|
25b
|
Nonnen-Klage v sopraan en klein orkest (tekst
R M Rilke) 1943
|
6
|
26
|
Drie liederen voor sopraan/tenor en piano
op tekst van R M Rilke '43
|
7
|
27
|
Twee preludes voor piano 1944-45
|
5
|
28
|
Sonatine no. 3 voor piano 1945
|
6
|
29b
|
Drie bagatellen voor piano, no. 1
(no. 4 en 2 = op. 22)
|
|
30
|
Twee liederen voor sopraan en piano
op tekst van R M Rilke '46-47
|
4½
|
|
Dame vor dem Spiegel
|
|
Ein Frauenschicksal |
31
|
Kleine balletsuite voor orkest
1947
|
11
|
32
|
Symphonie no. 4 (sinfonia concertante)
voor piano en orkest 1949
|
21
|
33
|
Twee liederen voor sopraan en piano
op tekst van R M Rilke '50-51
|
5½
|
|
Der Tod der Geliebten
|
|
Ist ein Schloss
|
34
|
Drie kleine stukken voor piano
1952
|
5
|
35
|
Kerstliedje met vrije variaties voor
piano 1952
|
4
|
36
|
Sonatine no. 4 voor piano 1953
|
1½
|
37
|
Scherzo no. 1 voor orkest 1954-55
|
7
|
38
|
Scherzo no. 2 voor orkest 1956-57
|
11
|
39
|
5 etudes-caprices voor piano 1957
|
9
|
40
|
Deux hommages en forme d'étude
pour piano 1958
|
5
|
41
|
Sonate no. 2 voor violoncel en piano
1958
|
18
|
42
|
Tre pezzettini : per pianoforte
1958
|
3½
|
43
|
Symphonie no. 5 : (Musica iniziale)
1959-60
|
16
|
44
|
Sonatine no. 5 voor de linkerhand
1959
|
8½
|
45
|
Symphonie no. 6 1960-61
|
35
|
46
|
Cinque pezzettini per clarinetto (si-b)
e pianoforte 1963
|
5½
|
47
|
Vijf kleine stukjes voor piano vierhandig
1963
|
|
48
|
Drie Exempelkens voor piano 1963-65
|
|
49
|
Drie liederen voor sopraan en piano
op tekst van E.L. Smelik '54-65
|
7½
|
|
Het Hert
|
|
Oude Kerk
|
|
Mei-schemer
|
50
|
Strijkkwartet 1964
|
13
|
51
|
Drie liederen voor sopraan en piano
op tekst van R M Rilke 1965
|
7
|
|
Eine Welke
|
|
|
Die Kurtisane
|
|
|
Letzter Abend
|
|
52
|
Sonate voor altviool en piano 1964-65
|
18
|
53
|
Twee liederen voor sopraan en piano
op tekst van R M Rilke 1965
|
3½
|
|
Das Kind
|
|
Der König von Münster
|
54
|
Twee liederen voor bariton en piano
op tekst van R M Rilke 1967
|
5
|
55
|
Drie liederen voor sopraan en piano
op tekst van R M Rilke dec '70
|
|
|
Wenn die Uhren so nah
|
|
Gesang der Frauen an den Dichter
|
|
Pietà
|
56
|
Twee liederen voor bas-bariton en piano op
tekst van R M Rilke 1971
|
|
Schlangenbeschwörung
|
|
Die Versuchung
|
57
|
Otto abbozzi per flauto, violoncello e pianoforte
1971
|
58
|
Trois chansonnettes pour voix haute et piano
(texte d’Arthur Rimbaud) '71
|
|
Le Dormeur du Val
|
|
Rêvé pour l’Hiver
|
|
Première Soirée
|
59
|
Tre movimenti ostinati per orchestra: Intrada
marziale, Canzone, Rondo 1971-72
|
60
|
Die drie boexkens van een magistercken : 3
kleine preludes voor piano 1972
|
61
|
Sept mélodies pour soprano et piano
(paroles françaises de R M Rilke) 1972
|
|
Un Cygne avance sur léau
|
|
La Biche
|
|
En Hiver, la mort meurtrière
|
|
Puisque tout passe
|
|
Qui vient finir le temple de l’amour ?
|
|
N'est-ce pas triste que nos yeux se ferment
?
|
|
Verger
|
62
|
Quatre esquisses valaisannes pour soprano
et piano (paroles françaises de R.M. Rilke)
'72
|
|
Le souvenir de la neige
|
|
Mésange
|
|
Rossignol
|
|
Comme aux Saintes Maries
|
63
|
Six quatrains valaisans pour soprano et piano
(paroles françaises de R.M. Rilke) 1972
|
|
Le clocher chante
|
|
Petite cascade
|
|
O ces autels
|
|
Après une journée de vent
|
|
Pays silencieux
|
|
Chemin qui tourne
|
|
64 |
Vier liederen op tekst van Martinus Nijhoff
1972
|
|
voor sopraan/tenor en piano
|
|
c
|
De Profundis
|
|
d
|
Het Juffertje in het groen
|
65
|
Neuf mélodies pour soprano et piano
(paroles françaises de R.M. Rilke)
1973
|
|
La Déesse
|
|
La passante d’été
|
|
C’est de la Côte d’Adam
|
|
Les Anges, sont-ils devenus discrets !
|
|
Combien a-t-on fait aux fleurs
|
|
La dormeuse
|
|
Combien le pape au fond de son faste
|
|
Petite Ange en porcelaine
|
|
Tous mes adieux sont faits
|
66
|
Sonata per organo 1973
|
67
|
Vijf bagatellen voor harp 1973
|
68
|
Concert voor trompet en orkest 1973-74
|
69
|
Petite suite pour harpe 1974
|
70
|
Sonatine no. 6 voor piano 1974
|
71
|
‘Une martyre’ pour voix haute et orchestre
(paroles de Charles Baudelaire) 1974-75
(Dessin
d'un maître inconnu)
|
72
|
Deux mélodies pour voix haute et piano
(texte de Charles Baudelaire) 1975
|
|
La Musique
|
|
A une mendiante rousse
|